Sinds een jaar of zeven woont mijn broer David in Velp. Hij deelt een huis met vijf anderen die, net als hij, autisme hebben. Voordat hij naar Velp verhuisde, woonde hij in Dieren en Maarn in soortgelijke woonvormen. Het complex, wat hij tegenwoordig “thuis” noemt, omvat diverse woonvormen. Van éénpersoons appartementen met één keer per week begeleiding tot zespersoons huizen met dagelijkse begeleiding. Het laatste is op mijn broer van toepassing. Zijn woonruimte bestaat uit een ruime zit/slaapkamer en eigen douche/toilet. Op elke verdieping (er zijn twee verdiepingen) zijn drie van zulke woonunits. Op de begane grond zijn de gezamenlijke woon/eetkamer en keuken. De bewoners zorgen om de beurt met een begeleid(st)er voor de avondmaaltijd en eten die gezellig samen op. Dat lijkt allemaal prima geregeld en over de linie genomen gaat het ook redelijk goed. Maar in het verleden is het vaak niet zo jofel gegaan.
Zes auti’s in één huis
Stel je voor, je wordt in één huis gemikt met vijf wildvreemde snijbonen met allemaal zo hun eigen auti-trekjes. De ene is nogal luiddruchtig aanwezig, de volgende is een controlefreak en nummer drie heeft bijzondere tic’s. En dan noem ik er nog maar drie! Daarbij komt, het zijn niet je vrienden waar je dag in dag uit tegenaan kijkt maar mensen die je nog nooit van je leven hebt gezien. Dat vergt het nodige van je aanpassingsvermogen, lijkt mij! Dat geldt ook (en misschien nog wel meer) voor auti’s. Niet zo vreemd dat zulke woonvormen voor behoorlijk wat onderlinge spanning kunnen zorgen. We hebben het nodige meegemaakt! Soms telefonisch op te lossen maar veel vaker niet.
De badkamer is bezet!
Davids vorige stek, in Dieren, was een twee-onder-éénkap woning die verbouwd was. Verdeeld over twee verdiepingen, 5 slaapkamers . Op de eerste verdieping was een ruime gezamenlijke badkamer die eeuwig bezet was. Als het niet tijdens de ochtendspits was dan wel ’s avonds omdat er één bewoner was die uren (echt waar!!) in bad lag. Daar werd ie lekker relaxt van namelijk. En als ie niet in bad lag dan stond ie op de trap en kon niemand naar boven of beneden want dan ging ie uit z’n dak. De spanningen liepen al snel huizenhoog op. Ik snap het helemaal!! Probeer dit maar eens op te lossen naar ieders tevredenheid. Piet (ik noem hem even Piet) had zijn hele leven bij vader&moeder gewoond, was enig kind en kreeg overal zijn zin in. Dus als Piet een hele dag in bad wilde liggen dan was dat geen probleem. Een paar uur op de trap staan ook niet, dan bleef moeder wel boven (of beneden) alles om te voorkomen dat Piet een driftbui kreeg. Maar in een huis waar nog vijf mensen hun draai moeten zien te vinden, is het gedrag van Piet niet erg handig. Dat er geen doden zijn gevallen is me nog een raadsel.
Wie is de baas?
In Maarn ging het ook niet van een leien dakje. Daar ook 6 mensen (jonge mannen en vrouwen) op een kluitje. Van klassiek autistisch tot Asperger en alles daar tussenin. Al snel kreeg Klaas (ik noem hem maar even Klaas) een liefdesrelatie met Klazien (je snapt het al, zo heet ze niet echt) en die gingen vader&moedertje spelen over de rest van de huisgenoten. Ook niet zo geslaagd want de jonge mensen waren nét onder de vleugels van pa en ma uit. Helaas was het eind van het liedje een beetje tragisch, de ene na de andere bewoner gooide de handdoek in de ring. De ene ging terug naar het ouderlijk nest, de ander terug naar het gezinsvervangend tehuis en mijn broer had dus het geluk dat hij naar Dieren kon. En Klaas&Klazien trokken aan het langste eind. Zij leefden nog lang en gelukkig in een prachtig groot huis mét begeleiding en één bewoner die het zich allemaal maar aan liet leunen.
Al doende leert men
Op dit moment gaat het redelijk goed bij mijn broer. Hij heeft het geluk dat zijn vriend (die hij al kent vanaf zijn 14de, ze zaten samen in het Dr. Leo Kannerhuis) ook bij hem in het huis woont. Samen hebben ze veel plezier en begrijpen elkaar zonder al te veel woorden. De overige bewoners zijn wat meer op zichzelf en soms gaat er iemand weg en komt er weer een nieuwe. Dan is het even aftasten maar ik merk dat David zich er niet zo druk meer over maakt. Als hij geen zin in gezelschap heeft, verdwijnt ie naar zijn eigen kamer. Toch vind ik het bewonderenswaardig dat die mensen zich zo aan kunnen passen. Mijn ding zou het niet zijn. Ik heb soms al moeite met man en inwonende zoon. Die man heb ik nota bene zelf uitgezocht en dat kind…nou ja *grijns*


